Wet- en regelgeving voor de biologische productie
Algemeen
Een plant, dier of product ervan mag alleen als "biologisch" op de markt worden gebracht, wanneer het afkomstig is van gecertificeerde en biologische productie. Dit is de kern van de wetgeving. De productie moet aan bepaalde eisen voldoen en daar moet op worden toegezien. Doel van de wetgeving is de consument te beschermen tegen misleiding en fraude te voorkomen. De aanduiding "biologisch" op planten, dieren of producten ervan is dus beschermd, evenals aanduidingen die dat suggereren, zoals bio-, eco- etc. Aanduidingen als "natuurlijk", "milieuvriendelijk" etc. zijn dat niet.
Het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen is niet toegestaan in de biologische productie. Omdat dit een relatief nieuw fenomeen is, kunt u hierboven klikken voor meer specifieke informatie over dit onderwerp.Wetgeving
Nederland
De regelgeving voor biologische productie in Nederland stamt uit 1985. Het begon met privaatrechtelijke regels van de S.E.C. (Stichting EKO-merk Controle).
In 1992 werd de EU-verordening EEG nr. 2092/91 voor biologische productiemethoden van kracht, waarin de regels voor de plantaardige biologische productie werden vastgelegd. Iedere EU-lidstaat moet zich minimaal aan deze verordening houden. In 2000 werd deze verordening ook van kracht voor de dierlijke biologische productie. In Nederland wordt de EU-verordening doorgevoerd via de Landbouwkwaliteitswetgeving die bepaalt dat Skal is aangewezen om toezicht te houden op de naleving van de regels.Andere EU-lidstaten
Zoals gezegd moet iedere EU-lidstaat zich minimaal houden aan de eisen van de EU-verordening. Daarnaast kan een lidstaat zelf aanvullende eisen stellen om de aanduiding "biologisch" te mogen gebruiken.
Een product dat in de lidstaat waar het geproduceerd is de aanduiding "biologisch" mag voeren, kan als biologisch product binnen de gehele EU worden verhandeld.
Iedere EU-lidstaat bepaalt zelf hoe het toezicht wordt georganiseerd.Buiten de EU
In diverse landen buiten Europa bestaat ook regel- of wetgeving of is deze in ontwikkeling. Biologische producten van buiten Europa mogen slechts als "biologisch" in de EU worden geïmporteerd als de regelgeving in het land van productie door de EU wordt geaccepteerd als gelijkwaardig aan die van de EU. Ook moet de productie door een EU-erkende controle-organisatie zijn gecertificeerd.In de EU-verordening staat ook het nodige over het toezicht op de naleving van de voorschriften. De nationale overheden van de EU-lidstaten zijn hiervoor verantwoordelijk. Elke lidstaat bepaalt zelf hoe zij hier uitvoering aan geeft. De overheid kan het toezicht zelf uitoefenen of één of meerdere particuliere controle-organisaties daartoe aanwijzen of daartoe toestemming geven. Deze organisaties moeten dan wel aan de door de EU gestelde eisen voldoen.
Bij de verordening hoort een bijlage met een overzicht van de controle-organisaties in de EU-lidstaten.
In Nederland is Skal door het ministerie van LNV aangewezen als toezichthouder op de biologische productie in Nederland. Skal houdt toezicht door middel van inspectie en certificatie. Ze heeft daarbij ook de opdracht om de ondernemers te informeren over de regelgeving. Dat gebeurt o.a. via informatiebladen en via een periodiek bulletin (Skal Actueel). Zie verder onder de knop "Bio-controle".In landen buiten de EU zijn diverse controle-organisaties actief. Het ministerie van LNV (Dienst Regelingen) bepaalt of deze organisaties voldoen aan de eisen die de EU stelt bij import van biologische producten. Meer informatie vindt u onder de knop "Bio-handel".